Dekker (OCW) ziet niets in Europees mediatoezicht

Mediaregulering is een nationale aangelegenheid en journalisten kan en mag de journalistieke status niet ontnomen worden.

Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker (OCW) in zijn antwoord op de Kamervragen van Kamerlid Pieter Heerma (CDA).

Het adviesrapport A free and pluralistic media to sustain European democracy, dat werd opgesteld in opdracht van Eurocommissaris Kroes (Digitale Agenda), vormde de aanleiding voor de Kamervragen. Pieter Heerma toonde zich in de Kamervragen tegenstander van Europese inmenging in de Nederlandse pers.

Sander Dekker deelt de opvatting dat lidstaten verantwoordelijk zijn voor het beschermen en stimuleren van mediavrijheid en pluriformiteit. De staatssecretaris benadrukt dat hij zich inzet voor het waarborgen van de vrijheid en onafhankelijkheid van de journalistiek.

Hij zal daarbij nauwlettend in de gaten houden of commissievoorstellen met media-aspecten wel passen binnen de Europese bevoegdheden. In de beantwoording van de vragen klinkt door dat het kabinet mediaregulering een nationale aangelegenheid vindt. Dekker benadrukt dat het rapport aanbevelingen op persoonlijke titel bevat.

Deze aanbevelingen weerspiegelen niet de opvattingen van de Europese Commissie en zijn geen voorgenomen beleid.

Zelfregulering

‘De journalistiek is een vrij beroep en dat moet vooral zo blijven’, vindt Dekker. In het idee boetes op te leggen of journalisten de journalistieke status te ontmenen kan Dekker zich niet vinden.
Ook ziet de staatssecretaris niets in het voorgestelde Europese toezicht op nationaal beleid op het terrein van pluriformiteit en persvrijheid.

In Nederland geeft de Raad voor de Journalistiek de zelfregulering gestalte. Pieter Heerma diende eerder een motie in over de versterking van het zelfregulerend vermogen van de journalistiek. De staatssecretaris is op dit moment met de Raad in gesprek over mogelijke ondersteuning. Daarbij spelen de aanbevelingen uit het Europese adviesrapport geen rol.